Biedermeierschaakstukken, genoemd naar de 19e-eeuwse Midden-Europese ontwerpbeweging, worden geroemd om hun elegante silhouetten en grillige details. Een karakteristiek kenmerk van deze sets is het fantasierijke ontwerp van het Läufer (loper) schaakstuk, die vaak zijn voorzien van eindstukken in tegengesteld gekleurde bollen of batons om een “veer op een hoed” op te roepen. Na verloop van tijd evolueerden deze naar meer letterlijke afbeeldingen van hoofddeksels uit die tijd, zoals parmantige baretten, hoge hoeden of bolhoeden, die het artistieke karakter van die tijd weerspiegelen. Dit spel is gedocumenteerd in de historische collectie van Holger Langer (chess-collection.de).